|
Waar gaat deze informatie over?
De onderstaande tekst informeert u over de mogelijkheden en middelen waarmee u,
samen met eventuele medebewoners en familieleden, een brandend huis of gebouw
kunt ontvluchten. Aan de orde komen: vluchtroutes, hulp van de brandweer, en
vluchtmiddelen.
1 Achtergrond
1.1 Woningen en brand
1.2 Belang van goede vluchtroutes
1.3 Het redden van huisgenoten
2 Vluchtroutes
2.1 Soorten en kwaliteit van vluchtroutes
2.2 Uitstippelen van de vluchtroute
2.3 Gebruik van de vluchtroute
3 Vluchtmiddelen
3.1 Draagbare vluchtmiddelen
3.2 Vast aangebrachte vluchtmiddelen
3.3 Gebruik van vluchtmiddelen
3.4 Vluchtmaskers
4 Kwaliteitseisen
1 Achtergrond
1.1 Woningen en brand
Bij brand in uw woning die u niet zelf kunt blussen, moet u met uw eventuele
medebewoners uw woning veilig kunnen ontvluchten. Eén van de regels voor het
ontvluchten bij brand is, dat er vanuit elke woning in principe twee
onafhankelijke vluchtwegen zijn. Binnen de woning spreken we over vluchtroutes
(bijvoorbeeld de route vanuit een slaapkamer naar de voordeur).
Bij de huidige voorschriften wordt ervan uitgegaan dat bewoners maximaal 15
minuten na het ontstaan van brand worden gewaarschuwd (door lawaai, rook, of
door buren), en zich dan nog in veiligheid kunnen brengen. Echter een
belangrijke oorzaak van de vele slachtoffers bij brand in woonhuizen is het niet
tijdig ontdekken van de brand. De brand heeft zich dan al uitgebreid en de rook
maakt dat de vluchtroute niet meer bereikbaar of begaanbaar is. Bovendien raakt
men door de dichte rook al gauw het richtinggevoel kwijt. Een hulpmiddel voor
een tijdige ontdekking is de rookmelder.
1.2 Het belang van goede vluchtroutes
Uit het voorgaande blijkt dat hoe sneller u de brand ontdekt, hoe meer tijd en
kans u hebt om de woning via de vluchtroute te verlaten. Vanuit iedere
slaapkamer, en afhankelijk van de plaats waar de brand is ontstaan, zal die
vluchtroute anders zijn. Belangrijk is daarom u van te voren af te vragen waar
brand zou kunnen ontstaan, en wat in dat geval, vanuit de verschillende kamers,
de beste vluchtroute is.
Belangrijk is ook dat die vluchtroutes altijd goed begaanbaar zijn. Stelt u zich
voor dat u 's nachts door een brand wordt verrast. Onder de gegeven
omstandigheden: in het donker, dichte rook, schrik, wordt het afdalen van een
trap met één of twee kinderen zeer lastig; de kans op misstappen of struikelen
is groot! Die kans wordt nog groter wanneer er zich van alles in die vluchtroute
bevindt: wandelwagentje, fiets of speelgoed. Komt men heelhuids beneden, dan is
men nog niet direct veilig buiten. Het ontgrendelen van de voordeur (waar is de
sleutel?) kan in zo'n situatie fatale gevolgen hebben.
Wanneer het niet meer mogelijk is via de normale vluchtroute te ontvluchten, is
men genoodzaakt in de (slaap)kamer de komst van de brandweer of van andere hulp
van buiten af te wachten. Is ook die kamer niet meer veilig, dan rest niets
anders dan via een raam te vluchten. Bedenk wel dat het naar beneden springen
van een hoogte van 3 meter of meer, soms in paniek al voordat het echt nodig is,
tot ernstig en zelfs dodelijk letsel kan leiden. Stel het springen daarom zo
lang mogelijk uit. Moet u echt springen, verklein dan het hoogteverschil door
eerst uit het raam te hangen. Is ook het buitenom vluchten niet zonder gevaar,
dan valt de aanschaf van vluchtmiddelen te overwegen.
1.3 Het redden van huisgenoten
Het is zaak om van te voren het redden en ontvluchten bij brand te overdenken en
met de huisgenoten te bespreken. Dit is vooral van belang als er huisgenoten
zijn, die zich bij een brand niet zonder hulp van ouders/verzorgers kunnen
redden (baby's, kleuters, invaliden, bejaarden). Voor het geval dat de rook zo
dicht is dat het niet meer verantwoord is met de niet-zelfredzame personen over
de trap naar beneden te gaan, is het gunstig om in een 'vluchtkamer' redding
door de brandweer af te wachten.
De brandweer streeft ernaar zo snel mogelijk na een brandmelding ter plaatse te
zijn, met hulpmaterieel zoals de autospuit en eventueel een autoladder.
Door u zichtbaar voor de brandweer op te stellen (bij raam, balkon) kunt u een
snellere redding bevorderen.
2 Vluchtroutes
2.1 Soorten en kwaliteit van vluchtroutes
De vluchtroutes zijn te onderscheiden in twee categorieën:
1. Vluchtroutes binnen de woning
2. Vluchtroutes buiten de woning: de gemeenschappelijke vluchtweg
De vluchtroute binnen de woning
In de meeste woningen grenzen de vertrekken aan een overloop, trappenhuis of
gang die leidt naar de voordeur. Dit vormt de vluchtroute binnen de woning. Is
deze vluchtroute niet 20 minuten brandwerend afgescheiden van aangrenzende
ruimten, dan moet elke kamer via een raam met een vrije doorgang van tenminste
50 cm breed en 80 cm hoog rechtstreeks naar buiten kunnen worden ontvlucht. De
toegankelijkheid en begaanbaarheid van de vluchtroute is uiteraard de
verantwoordelijkheid van de bewoner zelf. Veel woningen hebben een open
trappenhuis. Daardoor zal bij een brand die ontstaat op de benedenverdieping, de
rook en het vuur zich snel door de woning kunnen verspreiden. De normale
vluchtroute is dan niet meer begaanbaar.
Vaak worden materialen gebruikt in de vluchtroute die een grote bijdrage kunnen
hebben aan de rookontwikkeling en de brandvoortplanting. Voorbeelden van zulke
materialen zijn: kunststof of triplex wand- en plafondschroten, sommige soorten
vloerbedekking, piepschuim plafondplaten.
De gemeenschappelijke vluchtweg buiten de woning
Daaronder wordt verstaan de vluchtweg in woongebouwen (portiek, galerijflats,
etagewoningen, appartementsgebouw), buiten de woning, die leidt van de
toegangsdeur van een woning naar de openbare weg. Deze gemeenschappelijke
vluchtwegen kennen vele verschijningsvormen. De belangrijkste onderdelen ervan
zijn gangen, galerijen en trappenhuizen.
Als belangrijkste uitgangspunt geldt dat ieder zijn woning of wooneenheid moet
kunnen verlaten via een van rook gevrijwaarde vluchtweg. In het bouwbesluit zijn
hiervoor eisen opgenomen. In nieuwe woningen moet de vluchtweg tenminste 30
minuten brandwerend afgescheiden zijn van de overige ruimten. Bij bestaande, en
zeker bij oude woningen, zijn de eisen van een lager niveau. mede daardoor is de
kans op ongevallen bij brand in oudere woningen groter.
Dit geldt met name voor zogenaamde etagewoningen. In dit type woningen vormt het
(houten) gemeenschappelijke trappenhuis tevens de vluchtweg. Deze vluchtweg is
van de afzonderlijke woningen gescheiden door (min of meer) brandwerende
toegangsdeuren. Boven de meeste toegangsdeuren naar de afzonderlijke woningen
zit vaak een glazen ruit (bovenlicht). Deze hoort van draadglas of 3 cm dik
multiplex te zijn om voldoende brandwerend te zijn. In veel gevallen worden deze
ruiten wanneer zij gebroken zijn of in 't geheel niet vervangen, of vervangen
door gewoon glas (vensterglas). Vensterglas barst snel bij een brand in een
woning, zodat in dat geval rook en vuur zich snel via het trappenhuis
verspreiden. Dan is de vluchtweg niet meer begaanbaar.
2.2 Uitstippelen van de vluchtroute
Het is van groot belang dat u en uw huisgenoten vanuit de verschillende kamers
de vluchtroutes kennen. Zo is de kans het grootst dat iedereen zelfs in het
donker veilig weg kan komen.
Bepaal (verschillende) vluchtroute(s) vanuit elke kamer. De normale vluchtroute
loopt meestal via de gang, trap, hal naar voor,- of achterdeur. Een tweede
vluchtroute kan lopen via het raam van één van de kamers op de begane grond of
via het balkon op de eerste verdieping (eventueel door te springen).
Snelheid is van levensbelang. Dus hoe korter de afstanden zijn die men heeft af
te leggen, hoe beter. Het is daarom aan te bevelen de kamers van
ouders/verzorger en van niet-zelfredzame personen te kiezen op de laagst gelegen
slaapverdieping.
Voor het geval dat de rook zo dicht is dat het niet meer verantwoord is met de
niet zelfredzame personen over de trap naar beneden te gaan, is het gunstig om
in een 'vluchtkamer' redding door de brandweer af te wachten. De keuze van deze
'vluchtkamer' wordt mede bepaald door factoren zoals:
De aanwezigheid van een dak of aanbouw waarlangs men vanuit die kamer
gemakkelijk de begane grond kan bereiken
De aanwezigheid van een voldoende groot balkon waarop men zonder veel last van
rook en hitte de komst van de brandweer kan afwachten
De bereikbaarheid vanaf de openbare weg voor de brandweer
De plaats van het raam of balkon niet direct boven het raam van de woonkamer of
keuken; uitslaande vlammen kunnen het ontvluchten belemmeren.
Het is aan te bevelen een toegangsdeur tot deze vluchtkamer aan te brengen die
extra bestand is tegen brand (een deur van massief hout in combinatie met een
kozijn met sponningdiepte van ten minste 25 mm heeft een weerstand tegen
branddoorslag van ongeveer 30 minuten).
De vluchtkamer moet ook een telefoon hebben, zodat van daaruit de brandweer kan
worden gewaarschuwd. (zorg voor een brandveilige aansluiting!)
2.3 Gebruik van de vluchtroute
Een aantal belangrijke aandachtspunten bij het gebruik van de uitgestippelde
vluchtroutes zijn:
- Vluchtroutes moeten te allen
tijde goed bereikbaar en goed begaanbaar blijven
- Zorg dat deuren snel te openen zijn; houd sleutels van deuren die 's nachts op
slot zijn binnen handbereik
- Barricadeer geen deuren met bijvoorbeeld een boekenkast of tafel
- Plaats geen obstakels (zoals fiets, kinderwagen, vuilniszak of -container) in
de vluchtroute
- Vluchtroutes moeten zo veilig mogelijk zijn bij brand
- Vermijd het toepassen van kunststof,- of triplexschrootjes en piepschuim
platen als wand,- en plafondmateriaal; - behalve dat deze materialen een brand
snel helpen uitbreiden, veroorzaken zij bij brand veel giftige rook
- Let ook op de brandeigenschappen van trapbekleding, vloerbedekking en andere
decoratieve materialen in de vluchtroute
- Vervang zonodig een 'bovenlicht' van gewoon glas boven de deur naar uw woning
door draadglas of multiplex
Bij gebruik van vluchtroutes zijn de volgende punten van belang:
- De richting van de gemeenschappelijke vluchtroute is doorgaans van boven naar
beneden, om insluiting te voorkomen!
- Sluit bij gebruik van de vluchtroute deuren en ramen weer zoveel mogelijk
achter u om een snelle rookverspreiding tegen te gaan
- Vermijd zoveel mogelijk het inademen van rook; moet u door een met rook
gevulde ruimte, kruip dan op handen en voeten en houd uw hoofd naar beneden.
(rook stijgt op)
- Open geen deuren waarlangs rook naar buiten komt of waarvan de knop of de
bovenkant heet aanvoelt: het vuur bevindt zich er achter.
3 Vluchtmiddelen
Vluchtmiddelen dienen om ontsnapping in geval van brand mogelijk te maken, als
andere mogelijkheden tot ontvluchting niet aanwezig zijn of de vluchtroute niet
meer begaanbaar is door vuur of rook.
Er zijn verschillende vluchtmiddelen in de handel verkrijgbaar. Maar ze zijn
niet allemaal geschikt voor privé-gebruik. Ook is het gebruik van sommige
vluchtmiddelen door ongeoefende personen, of door ouderen of kleine kinderen
niet zonder risico. Hierna worden de verschillende typen nader belicht. We
onderscheiden draagbare en vast aan te brengen vluchtmiddelen. Tot slot
bespreken we een groep van geheel andere aard: de vluchtmaskers.
3.1 Draagbare vluchtmiddelen
Draagbare vluchtmiddelen, zoals een vluchttouw en vluchtladder, zijn doorgaans
licht in gewicht en niet te groot, waardoor ze makkelijk verplaatst kunnen
worden. In huis kunnen ze worden opgeborgen in de nabijheid van de beoogde
vluchtuitgang(en), zo dat ze in geval van nood snel voor de dag kunnen worden
gehaald. Van belang is dat er op die plaats(en) een mogelijkheid voor
bevestiging bestaat. Dat kan zijn: verhuisbalk, radiator, raamkozijn,
vensterbank. Zo niet, dan moet dat worden aangebracht. U hoeft dan in geval van
brand geen tijd te verliezen met het zoeken naar een goede
bevestigingsmogelijkheid.
Een voordeel van draagbare vluchtmiddelen is dat ze kunnen worden meegenomen op
reis (hotel). Maar ook dan zijn ze alleen zinvol indien ze goed bevestigd kunnen
worden.
Onderstaand bespreken we kort de bekendste draagbare vluchtmiddelen.
Vluchttouw
Een vluchttouw is een touw met knopen op regelmatige afstand van elkaar.
Eigenlijk komt alleen een wat dikker touw in aanmerking (bijvoorbeeld 3 cm in
doorsnede).
Dunnere touwen zijn alleen voor zeer lenige mensen bruikbaar. Aan één einde is
het touw voorzien van een musketonhaak met ring waarmee het touw aan het
bevestigingspunt bevestigd moet worden. Vluchttouwen zijn in allerlei lengtes op
bestelling te verkrijgen. Indien de bevestiging het toelaat kunnen meerdere
personen er na elkaar gebruik van maken.
Afdalen langs zo'n touw is voor veel (ongeoefende) mensen erg moeilijk. Tijdens
de afdaling moet het touw tussen de benen worden geklemd, waarbij de knopen
dienen als steunpunt voor handen en voeten. Training in het gebruik is beslist
noodzakelijk.
Vluchtlijnen
Vlucht,- of redlijnen bestaan uit een lijn van bijvoorbeeld hennep of nylon. Aan
de ene kant heeft de lijn een bevestigingsmogelijkheid (musketon,- of
karabijnhaak), aan de andere kant een gordel die voor de borst wordt dicht
gegespt.
De lijn is voorzien van een vertragingsmechanisme, dat ervoor zorgt dat de
afdaling niet te snel gaat (één persoon per keer). er bestaan zowel
niet-automatische (vanaf € 30,-) als automatische remsystemen. Dit laatste type
kent ook een zogenaamd pendelsysteem, waarbij aan beide uiteinden van de lijn
een gordel is bevestigd (vanaf circa € 400,-). Als nu de ene gordel naar beneden
gaat, beweegt de ander naar boven. Op die manier kunnen continu mensen worden
geëvacueerd. Voor alle typen geldt: oefening is beslist noodzakelijk.
Uitwerpladders
Dit zijn opvouwbare ladders die gemaakt kunnen zijn van touw, (gegalvaniseerde)
stalen ketting of staalkabel. Ze zijn licht en vrij gemakkelijk te hanteren. Het
draagvermogen is ongeveer 500 kg. Indien de bevestiging het toelaat kunnen
meerdere personen er tegelijk gebruik van maken. De treden moeten voorzien zijn
afstandhouders, meestal houten of metalen blokjes. Zo komt de ladder niet
helemaal pal tegen de muur te hangen en vinden de voeten en handen gemakkelijk
houvast aan de treden. Sommige typen moeten voorzichtig worden uitgerold om te
zorgen dat ze niet in de knoop raken.
Ook langs zo'n uitwerpladder naar beneden klimmen vraagt de nodige behendigheid
en kracht, maar het is een gemakkelijker te hanteren vluchtmiddel dan het
vluchttouw. Touwladders kunnen op bestelling worden gemaakt. Ketting en
standaardlengtes leverbaar (vanaf circa € 150,-).
Huis-, tuin-, en keukenladders
De gewone, al of niet uitschuifbare ladder, die voor allerlei klusjes bij huis
wordt gebruikt, kan eveneens in bepaalde situaties gebruikt worden om een
brandend huis te ontvluchten. Zo'n ladder moet dan wel voor het grijpen zijn en
de juiste lengte hebben. Het opstappen vanuit een raam valt vaak niet mee!
Opstappen vanuit een dakgoot is niet aan te raden: deze is meestal niet sterk
genoeg om een volwassene te kunnen dragen! Ook moet de ondergrond stevig genoeg
zijn, in onverharde grond zakt de ladder makkelijk weg.
Let u bij de aanschaf van draagbare vluchtmiddelen op het volgende:
De keuze van het meest geschikte vluchtmiddel is afhankelijk van uw
woonsituatie, behendigheid en spierkracht.
Om er zeker van te zijn dat het vluchtmiddel dat u aanschaft het beste type is
voor uw situatie, is het raadzaam vooraf uw wensen en (on)mogelijkheden met de
vakhandelaar te bespreken.
De wijze van bevestiging kan verschillen per type vluchtmiddel. Ga na of de
voorgeschreven wijze van bevestiging (volgens de bijgeleverde instructies) ook
in uw woning mogelijk is.
Heeft u een draagbaar vluchtmiddel aangeschaft, zorg dan meteen voor goede
bevestigingspunten:
Houd u voor de wijze van bevestiging aan de bijgeleverde instructies.
De bevestigingspunten moeten voldoende stevig zijn om het gewicht van minstens
één persoon te kunnen dragen!
Controleer eventuele bestaande bevestigingspunten op stevigheid. Zijn er geen
bestaande mogelijkheden, maak dan nieuwe, bij alle daarvoor bestemde
vluchtopeningen.
Bevestiging boven het hoofd betekent in de regel gemakkelijker en veiliger
opstappen.
3.2 Vast aangebrachte vluchtmiddelen
Als vast aangebrachte vluchtmiddelen noemen we de gevelladder en rolladder.
Natuurlijk kan ook de uitwerpladder permanent worden bevestigd.
Gevelladder
Het eenvoudigst in het gebruik is de gevelladder. Een gevelladder is een metalen
(staal, aluminium) vluchtladder, die permanent aan de buitengevel wordt
gemonteerd. Er zijn allerlei uitvoeringen: met of zonder leuning, wel of niet
inklapbaar of uitschuifbaar.
De inklapbare gevelladder zit in gesloten toestand als een koker tegen de gevel
en is daardoor geen uitnodiging voor inbrekers. De bediening voor het uitklappen
wordt ter hoogte van de vluchtuitgang geplaatst of net erboven.
De uitschuifbare variant heeft een uitschuifdeel dat vanuit de vluchtuitgang kan
worden bediend. Daarmee is ook dit type inbraakvrij.
Iedereen die een ladder kan beklimmen kan zo'n gevelladder gebruiken. Niettemin
is opstappen via een raam lastig; beter gaat het via een balkon of plat dak. Ook
hiervoor wordt enige oefening aangeraden.
Rolladders
Rolladders zijn ladders die in geval van nood vanaf een plat dak naar beneden
kunnen worden gerold. Dit gaat via een chassis dat op het dak is bevestigd en
waaraan een laddergeleider zit. De ladder kan op het dak liggen tot het moment
waarop hij moet worden gebruikt.
3.3 Gebruik van vluchtmiddelen
Let erop dat het vluchtmiddel altijd op de juiste wijze is gemonteerd.
Vluchtmiddelen moeten vaak zo hoog
mogelijk in of naast de opening van het raam of een andere opening worden
gemonteerd. Het vluchtmiddel biedt dan meer houvast bij het opstappen.
Belangrijk is dat u weet hoe zo'n
vluchtmiddel moet worden gebruikt. Lees daarom van te voren de
gebruiksaanwijzing.
Ervaring in het gebruik van een
vluchtmiddel kan u op het kritieke moment tijdverlies besparen. Oefening is
altijd aan te raden, zelfs voor (ogenschijnlijk) eenvoudigste middelen. Kiest u
voor de wat moeilijker te hanteren vluchtmiddelen zoals klimtouwen,
vluchtlijnen, uitwerpladders of vluchtladders, dan is oefening vooraf een
vereiste.
In sommige gevallen organiseert de
vakhandelaar speciale oefenbijeenkomsten. Informeer daar naar bij de aanschaf!
3.4 Vluchtmaskers
In de handel worden naast de eerder genoemde vluchtmiddelen ook wel
vluchtmaskers aangeboden voor (eenmalig) particulier gebruik. Een dergelijk
vluchtmasker bestaat uit een kap van niet-brandbaar, hittebestendig materiaal
voorzien van een transparant kijkvenster en een rookfilter.
We onderscheiden vluchtmaskers:
Afhankelijk van de omgevingslucht
Onafhankelijk van de omgevingslucht
Vluchtmaskers: afhankelijk van de omgevingslucht
Hieronder wordt verstaan filterapparatuur die uitsluitend voorkómt dat bepaalde
stoffen (zoals rook), worden ingeademd. Voor verschillende stoffen bestaan
verschillende filters. Een filter kan als het eenmaal is gebruikt, hoe kort ook,
geen tweede keer worden gebruikt.
De bruikbaarheid van deze vluchtmaskers wordt beperkt door de volgende zaken:
In een ruimte met een grote rookdichtheid, waarin dus weinig zuurstof aanwezig
is, zal ademen met masker evenmin mogelijk zijn als zonder masker.
Geen van de maskers biedt volledige bescherming tegen de giftige
verbrandingsgassen. Daarom kan een dergelijk vluchtmasker eigenlijk alleen
gedurende een korte tijd nuttig zijn. De fabrikant moet kunnen aangeven in welke
mate de verbrandingsgassen kunnen worden tegengehouden.
Voor kinderen jonger dan 5 jaar zijn deze maskers niet geschikt, aangezien hun
ademhalingsorganen nog niet voldoende zijn ontwikkeld om lucht door de filters
te zuigen.
Vluchtmaskers: onafhankelijk van de omgevingslucht
De eerder beschreven vluchtmaskers zijn niet te vergelijken met de professionele
vluchtmaskers. Deze worden gebruikt in combinatie met
perslucht-ademhalingsapparatuur en zijn daardoor onafhankelijk van de
omgevingslucht.
4 Kwaliteitseisen
Voor zover kwaliteitseisen voor vluchtroutes en vluchtmiddelen voorhanden zijn,
wordt daar hieronder naar verwezen.
Eisen voor vluchtroutes in bestaande bouw en nieuwbouwwoningen zijn vastgelegd
in het Bouwbesluit (1992)
Ten aanzien van vluchtmiddelen bestemd voor professioneel gebruik bestaan normen
van de Arbeidsinspectie. Voor de toepassing van verschillende vluchtmiddelen
voor particulier gebruik bestaan in Nederland (nog) geen wettelijke
voorschriften. Sinds 1993 is er een Europese en een Nederlandse norm gereed.
Wel bestaan er verschillende kwaliteitseisen die ter beoordeling van
vluchtmiddelen worden toegepast. Zo wordt het Besluit draagbaar klimmaterieel
(Warenwet, 1986) soms gebruikt voor toetsing van bepaalde delen, de treelengte
en de belasting op het midden van een trede. Keuringen worden bijvoorbeeld
uitgevoerd door de arbeidsinspectie of door TNO.
Niet verplicht, wel van belang is een duidelijke Nederlandstalige
gebruiksaanwijzing, zowel voor de montage als voor het gebruik.
AANVULLENDE INFORMATIE
Meer informatie over dit onderwerp kunt u tijdens kantooruren inwinnen bij de
medewerkers preventie van de brandweer Ermelo,telefoonnummer: 0341-567379 of
0341-553076. |