|
Waar gaat deze informatie over?
De onderstaande tekst informeert u over het ontstaan en voorkómen van
schoorsteenbrand bij het stoken van houtkachels of open haarden.
1. ACHTERGROND
2. WELKE KACHEL
OF HAARD?
-
2.1 Rendement en capaciteit
-
2.2 Eisen aan de kachel of haard
-
2.3 Keuze van de kachel of haard
3. WELKE
SCHOORSTEEN?
4. VERSTANDIG
STOKEN
5 ONDERHOUD
-
5.1 Schoorsteenvegen
-
5.2 Punten van inspectie
AANVULLENDE INFORMATIE
1. ACHTERGROND
1.1 GEVAAR VAN SCHOORSTEENBRAND
Met een haard of kachel haalt u ook het gevaar van schoorsteenbrand in huis. In
Nederland komen ieder jaar zo'n 10.000 schoorsteenbranden voor. Bij circa 2.500
van die branden komt de brandweer eraan te pas. Een schoorsteenbrand ontstaat
meestal doordat de aanslag in het rookkanaal (een dikke laag zeer brandbaar
'creosoot') in brand vliegt. Dat gebeurt bij een temperatuur van ongeveer 500°C.
Deze creosoot, een teerachtige laag, wordt gevormd uit onverbrande deeltjes, die
bij de verbranding het rookkanaal ingaan. De mate waarin deze onverbrande
deeltjes ontstaan, hangt nauw samen met de keuze en het gebruik van de kachel of
haard, het type schoorsteen, en de wijze van stoken. Overigens: verkeerd stoken
bevordert ook de uitstoot van schadelijke stoffen via de schoorsteen. Ook
binnenshuis komen bij verkeerd gebruik te hoge concentraties schadelijke stoffen
vrij. Hoe u goed en veilig kunt stoken leest u verder in deze informatie.
1.2 ACHTERGROND
Er zijn twee manieren waarop kachels en haarden hun warmte kunnen afgeven:
-
Door straling (stralingswarmte)
-
Door verwarming
van lucht. De lucht stijgt op en brengt een luchtstroom op gang
(convectiewarmte).
De manier waarop de warmte wordt afgegeven heeft alles te maken met de bouw van
de kachel of de haard. We kunnen daarbij drie typen onderscheiden:
-
De open haard, met open vuur. Dit type geeft in
zijn meest eenvoudige vorm alleen stralingswarmte af. De lucht die nodig is
voor de verbranding haalt de haard uit de ruimte die verwarmd wordt of uit
de (geventileerde) kruipruimte.
-
Bij sommige typen wordt een deel van de lucht
in de kamer verwarmd in de ruimte tussen de dubbele achterwand of in de
ruimte tussen achterwand en muur. Ook dan is sprake van convectie.
-
De
gesloten kachel, waarin het vuur achter deurtjes (al of niet met glas)
brandt. Dit type geeft zowel starlings,-
als convectiewarmte af. Er zijn uitvoeringen die naast een (meestal
regelbare) luchttoevoer voor de primaire verbranding ook een regelbare
luchtinstroom voor secundaire verbranding hebben. Bij veel typen vindt door
(niet-regelbare) lucht toevoer via spleten een naverbranding plaats.
De haardkachel, die zowel met open deurtjes (dus als open haard) als met
gesloten deurtjes (gesloten kachel) kan worden gebruikt. Bij gesloten stoken is
het rendement hoger dan bij open stoken.
Spreken we in deze brochure van 'haard' dan bedoelen we behalve de open haard
ook de haardkachel met geopende deurtjes, net zo goed als ' kachel' ook staat
voor haardkachel met gesloten deurtjes.
Let op! De zogenoemde 'allesbrander' bestaat niet. Een toelichting vindt u bij
het bespreken van de brandstof (4.1). Meestal wordt met een allesbrander een
haardkachel bedoeld die met hout of kolen gestookt wordt.
2. WELKE KACHEL
OF HAARD?
Voordat u een houtkachel of open haard aanschaft, is het verstandig een aantal
zaken te overwegen. Zoals: wat zijn de eisen aan de capaciteit en het rendement?
Wat zijn de redenen van aanschaf? En welk type is het meest geschikt voor de
woning?
2.1 RENDEMENT EN CAPACITEIT
Onder het rendement verstaan we de hoeveelheid warmte die de kachel of haard
aangeeft aan de ruimte, uitgaande van een bepaalde hoeveelheid brandstof. Hoe
hoger het rendement, des te beter. Immers, u bespaart brandstof en er verdwijnt
minder warmte door de schoorsteen. Overigens kunnen we nooit helemaal voorkomen
dat er warmte verloren gaat. Het rendement van een open haard is doorgaans erg
laag: 20 - 30%. Voor een eenvoudige kachel ligt dit percentage op ongeveer 50%.
Door de mogelijkheid van sommige kachels tijdens de verbranding extra lucht aan
te zuigen, kan die verbranding vollediger zijn. Een dergelijke 'secundaire'
verbranding verhoogt het rendement. Ook zijn er kachels met een katalysator. De
meerwaarde daarvan is echter twijfelachtig.
De capaciteit is de maximale warmte die het toestel kan afgeven. In veel
gevallen blijkt deze capaciteit veel te groot. Vooral in kleine ruimten wordt
het al gauw te heet. Bij een open haard, waarbij een overmaat aan lucht aanwezig
is, is het vuur enigszins te regelen met de hoeveelheid brandstof. De grootte
van het vuur mag u nooit regelen met de schoorsteenklep: daardoor komt er
koolmonoxide in de ruimte en dat is gevaarlijk! De klep dient alleen om het
schoorsteenkanaal af te sluiten als de haard niet brandt.
Kachels zijn meestal voorzien van een regelbare luchttoevoer: door de
luchttoevoer te verminderen wordt het vuur 'gesmoord'. Maar dit smoren zorgt
voor onvolledige verbranding en heeft als nadeel dat zich creosoot in het
schoorsteenkanaal afzet, met gevaar voor schoorsteenbrand! Gebruikmaken van de
luchttoevoer om het vuur te smoren is dus niet aan te bevelen. Beter is vooraf
de benodigde capaciteit te bepalen en daarmee rekening te houden bij de keuze
van uw kachel. Het berekenen van de juiste capaciteit kunt u zelf doen met
behulp van onderstaande tabel en de afmetingen van uw te verwarmen vertrek. Ook
kan de vakhandelaar u hierbij helpen.
tabel: Hoe berekent u de capaciteit?
tabel 1
|
woningvorm |
benodigde capaciteit per m²
|
|
tussenwoning ongeïsoleerd
|
200 W/m² |
|
hoekwoning ongeïsoleerd |
225 W/m² |
|
vrijstaande woning ongeïsoleerd
|
250 W/m² |
tabel 2
|
woningvorm |
vloerisolatie |
gevelisolatie |
dubbelglas |
|
tussenwoning |
10 W/m² |
10 W/m² |
30 W/m² |
|
hoek- en
vrijstaande woning |
10 W/m² |
40 W/m² |
30 W/m² |
De capaciteit van een toestel wordt uitgedrukt in kiloWatt of Watt per uur (1
kiloWatt = 1000 Watt).
Als u het vloeroppervlak weet van het vertrek waar het toestel wordt geplaatst,
kunt u heel gemakkelijk de benodigde capaciteit berekenen met tabel 1, die geldt
voor ongeïsoleerde woningen.
Bij geïsoleerde woningen mogen voor de verschillende isolatievoorzieningen de
getallen in tabel 2 worden afgetrokken van de getallen in tabel 1.
Deze getallen gelden voor een doorsnee Nederlandse eengezinswoning. Wijkt de
woning hiervan af, bijvoorbeeld doordat de kamer 4 meter hoog is, dan kunt u
deze getallen alleen als globale richtlijn gebruiken.
Dus: u bepaalt welk getal op uw woning van toepassing is. Dit getal, maal het
vloeroppervlak, is de capaciteit in Watt.
Voor open haarden ligt het bepalen van de warmtebehoefte iets anders. Bij het
stoken verdwijnt behalve de verbrandingslucht ook een grote hoeveelheid
'ballastlucht' vanuit het vertrek via de stookopening. Deze lucht moet door
ventilatie worden aangevuld en ook verwarmd. Deze ballastlucht is per uur al
snel twee maal de inhoud van het hele vertrek waarin de haard zich bevindt. De
precieze hoeveelheid hangt af van de afmeting van de stookopening van de open
haard. De grootte van de stookopening moet dus in verhouding staan tot de
grootte van de kamer. Als vuistregel kan het gewenste aantal cm² van de
stookopening van de open haard worden berekend door de inhoud van de kamer (het
aantal kubieke meter) met 40 te vermenigvuldigen.
Voorbeeld:
een woonkamer meet 10 x 5 m, en is 2,5 meter hoog. De inhoud bedraagt derhalve
125 m³. De stookopening van de open haard is dan maximaal: 125 x 40 = 5000 cm².
Dit kan bij een fronthaard bijvoorbeeld een stookopening zijn met hoogte 50 cm
(h) en breedte 100 cm (b); of bij een hoekhaard bijvoorbeeld een stookopening
met een hoogte 50 cm (h), breedte 60 + 40 = 100 cm (b).
2.2 EISEN AAN DE KACHEL OF HAARD
Er bestaat geen Nederlands keurmerk voor kachels en haarden. Wel zijn
keuringseisen in voorbereiding. Voor meer informatie hierover kunt u zich wenden
tot de branchevereniging Vereniging Haard en Rookkanaal (VHR)
2.3 KEUZE VAN DE KACHEL OF HAARD
Een kachel of haard kan om verschillende redenen worden aangeschaft, namelijk
als hoofd-, bij- of sfeerverwarming. De keuze van de kachel of haard hangt
daarmee samen.
Hoofdverwarming
In dit geval heeft u een kachel nodig met een hoog rendement (secundaire
verbranding) en een capaciteit die is afgestemd op de inhoud en mate van
isolatie van het vertrek. Een gesloten kachel (convectiewarmte) is aan te
bevelen.
Bijverwarming
De capaciteit kan nu de helft zijn van de capaciteit bij hoofdverwarming. Het
rendement is minder van belang omdat toestellen voor bijverwarming meestal niet
lang achter elkaar branden. Geschikt zijn zowel een open haard als een
houtkachel. Het toestel met directe stralingswarmte is het meest geschikt; de
warmte is sneller voelbaar.
Sfeerverwarming
Het gaat vooral om de gezelligheid en sfeer; de warmte komt op de tweede plaats.
De zichtbaarheid van de vlammen en stralingswarmte zijn voor de sfeer
belangrijk. De capaciteit moet niet te groot zijn; té warm is ook niet gezellig.
De open haard is een goede keuze.
3. WELKE
SCHOORSTEEN?
Bij een bepaalde kachel of open haard hoort een bepaald type schoorsteen met een
bepaalde diameter. Een bestaande schoorsteen of rookkanaal is daarom in veel
gevallen niet geschikt wanneer er een nieuwe kachel of haard wordt aangeschaft.
Overleg dit in ieder geval eerst met uw leverancier, met Bouw- en Woningtoezicht
of met de medewerker preventie van de brandweer.
Een goede schoorsteen is van groot belang voor de brandveiligheid en de
gezondheid. Door een juiste constructie vermindert de afzetting van creosoot en
blijft een eventuele schoorsteenbrand beperkt tot het rookkanaal.
Sleutelbegrippen hierbij zijn: onbrandbaar materiaal, geen lekkage door
scheuren, goede isolatie, goede bevestiging en een goede 'trek'. De 'trek' van
een schoorsteen is goed, als de rookgassen er snel doorstromen én weinig
afkoelen. Is dat het geval dan zet zich weinig creosoot af.
Een goede trek wordt verkregen wanneer:
De schoorsteen vrij boven de daknok uitkomt,
De rookgassen weinig weerstand ondervinden in het rookkanaal (gladde binnenkant,
weinig bochten, hoeken (verslepingen) niet groter dan 30° ten opzichte van de
verticaal),
De rookgassen niet te veel afkoelen (goede isolatie).
3.1 TYPEN SCHOORSTENEN
Er zijn maar drie betrouwbare mogelijkheden:
Een gemetselde schoorsteen;
Een geprefabriceerde dubbelwandige roestvast stalen schoorsteen;
Een schoorsteen van keramische elementen.
Een gemetselde schoorsteen
Dit type schoorsteen moet worden gemetseld van gebakken steen, met een wanddikte
van ten minste 8 cm. De binnenkant moet glad en luchtdicht worden afgesmeerd
(vertind). Het grote gewicht vraagt extra fundering. Om scheuren te voorkomen
wordt rond de schoorsteen een klamp aangebracht.
Geprefabriceerde schoorsteen
Schoorstenen van (geprefabriceerde) roestvast stalen onderdelen zijn licht en
gemakkelijk te monteren. Omdat de rookgassen erg heet zijn, moeten de delen
dubbelwandig zijn, met daartussen onbrandbare isolatie. Om het kanaal moet een
omkokering van onbrandbaar materiaal worden gemaakt. Ook waar de schoorsteen
door vloeren en dakbeschot wordt gevoerd. Hiervoor zijn speciale hulpstukken
nodig. Enkelwandige roestvast stalen kanalen mogen alleen gebruikt worden in een
open ruimte. Vanaf de doorvoer door een plafond moeten deze kanalen dubbelwandig
en omkokerd zijn.
Schoorsteen van keramische elementen
In dit geval bestaat het rookkanaal uit keramische (terracotta of chamotte)
elementen, die met mortel of speciale kit aan elkaar worden gezet. De elementen
zijn veelal dubbelwandig. De holte kan soms gevuld of bekleed worden met
hittebestendige isolatie. Om het rookkanaal moet een koker van onbrandbaar
materiaal worden aangebracht. Tegenover het voordeel van een snelle bouw, en het
lage gewicht (in vergelijking met een gemetselde schoorsteen) bestaat de kans op
scheuren of barsten bij een zeer snelle verhitting. Bijvoorbeeld als gevolg van
de verbranding van creosoot.
3.2 EISEN AAN DE SCHOORSTEEN
De veiligheid van gebouwen en constructies is onder meer geregeld in de (nieuwe)
Woningwet (1991). Volgens deze wet (artikel 40) valt een schoorsteen onder de
categorie 'vergunningvrij bouwwerk'. Dat geldt echter alleen als geen
ingrijpende veranderingen plaatsvinden aan de draagconstructie. Ook behoeft het
bouwen van een schoorsteen niet meer te worden gemeld bij de gemeentelijke
dienst Bouw- en Woningtoezicht (Besluit Meldingplichtige Bouwwerken). Wel moet
een schoorsteen voldoen aan de technische en brandveiligheidsaspecten vastgelegd
in het Bouwbesluit (1992).
Het Bouwbesluit stelt onder meer eisen aan:
De onbrandbaarheid van het materiaal van de stookplaats, het rookkanaal en de
directe omgeving
De minimale (horizontale) afstand tussen de uitmonding van de schoorsteen en een
brandgevaarlijk dak: 15 meter
De minimale afstand tussen stookplaats en verticale projectie van een trap op de
vloer: 1,5 meter.
Deze eisen gelden landelijk. In bijzondere situaties kan een gemeente uit
oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid of energiezuinigheid,
voor zover hierin niet al is voorzien door bovengenoemde regelgeving
'aanschrijven' tot het aanbrengen van verbetering. De gemeentelijke dienst Bouw-
en Woningtoezicht heeft de bevoegdheid te controleren of aan de eisen is
voldaan.
Om aan de eisen van het Bouwbesluit te voldoen worden de toegepaste materialen
gekeurd volgens daarvoor ontwikkelde zogenaamde NEN-normen of daaraan
gelijkwaardige normen. In Nederland worden deze keuringen veelal verricht door
TNO. Zo mag aangenomen worden dat een door TNO volgens NEN-6062 goedgekeurd
'schoorsteensysteem' voldoet aan alle eisen, mits opgebouwd volgens
instructievoorschriften van de fabrikant. In het TNO-rapport staat precies
aangegeven hoe en met welke materialen het systeem is opgebouwd.
3.3 KEUZE VAN DE SCHOORSTEEN
Laat u
bij uw keuze adviseren door een vakkundige leverancier. Vraag een
gespecificeerde offerte voorzien van een tekening. Vraag naar een NEN-6062 TNO
of gelijkwaardig goedgekeurd schoorsteensysteem. Vraag inzage in het TNO-rapport.
Vraag eventueel advies aan Bouw,-
en Woningtoezicht van uw gemeente alvorens tot een definitieve beslissing over
te gaan.
In het algemeen geldt:
Een te kleine doorsnede van de schoorsteen geeft slechte trek, een te grote
geeft sterke vervuiling.
Een te geringe hoogte (minder dan 4 meter) kan problemen geven, vooral bij het
optreden van valwinden (tussen hoge gebouwen). Een kap kan in zo'n geval een
sterk stabiliserend effect hebben. Let erop dat de schoorsteenkap van het type
is dat speciaal ontworpen voor vaste brandstoftoestellen en is gemaakt van
roestvast materiaal (afmetingen als van de zogenaamde GIVEG-kap voor
gastoestellen, maar dan van roestvast staal).
Bij een open haard wordt de diameter van het rookkanaal bepaald door: de
haardopening, de totale lengte van het rookkanaal, eventuele verslepingen,
isolatie en het materiaal (de VHR heeft hiervoor tabellen)
Voor een goed regelbare kachel die weinig rookgassen geeft, is een goed
geïsoleerde schoorsteen met kleine diameter het meest geschikt (tabellen VHR).
Bij de haardkachel, die zowel open
als gesloten kan worden gestookt, moet voor de diameter een tussenwaarde worden
gekozen.
Op een schoorsteen van een haard met open vuur moet een vonkenvanger zijn
geplaatst, wanneer binnen 15 meter van de uitmonding van het rookkanaal gebouwen
staan met een brandgevaarlijke dakbedekking (bijvoorbeeld riet). een goede
vonkenvanger kan van roestvast metaaldraad gemaakt zijn (3 millimeter koper, of
1 millimeter roestvast staal, maaswijdte 9x9 mm).
4. VERSTANDIG
STOKEN
Zoals eerder gezegd: bij verbranding van vaste brandstoffen komen vele
verbrandingsproducten vrij. Een deel zet zich af als creosoot en kan
schoorsteenbrand veroorzaken. Andere verdwijnen via de schoorsteen naar buiten.
De meeste zijn schadelijk voor de gezondheid en het milieu. De mate van
vervuiling wordt in grote mate bepaald door de beschikbaarheid van voldoende
lucht (lees: zuurstof) en de aard van de brandstof.
4.1 BRANDSTOF
Voor de meeste kachels en vrijwel alle open haarden is hout de enige juiste
brandstof. Kolen kunnen gestookt worden in kachels, maar zijn gevaarlijk als
brandstof in open vuur omdat daarbij teveel van het reukloze (levensgevaarlijke)
koolmonoxide wordt gevormd. Haardblokken zijn ongeschikt. Ze zijn gemaakt van
geperst papier of houtpulp. Papier en karton zijn vaak bedrukt, waardoor er bij
verbranden schadelijke stoffen vrijkomen. Deze stoffen kunnen de haardkachel of
de schoorsteen aantasten. Bovendien is het rendement laag.
Van alle materialen is hout de beste brandstof voor kachel of haard. Dat hout
moet dan wel schoon zijn, dat wil zeggen alleen gekapt, gekloofd, gezaagd,
verder onbehandeld. Ook moet het goed droog zijn; het moet minstens één jaar aan
de wind gedroogd zijn.
Al
eerder vertelden we dat een 'allesbrander' niet bestaat. Dat is wel duidelijk na
het voorgaande: het verbranden van papier, plastic verpakkingsmaterialen,
gekleurde materialen, geverfde of gelakte materialen betekent de vorming van
onverantwoorde verbrandingsproducten!
Barbecueën in de open haard is niet verstandig: de vetdamp slaat neer in het
rookkanaal en geeft extra kans op brand.
4.2 STOOKTIPS
Stook de kachel uitsluitend met schoon, droog hout.
Gebruik niet te veel hout tegelijk maar voeg regelmatig kleine hoeveelheden hout
toe. Maak de haard aan door een paar grote houtblokken schuin tegen elkaar te
zetten; leg wat kleine aanmaakhoutjes in het midden er onder en steek deze aan.
Zorg altijd voor een klein laagje as op de bodem van de vuurplaats. Dit
beschermt de onderliggende vloer tegen te grote hitte.
Zorg voor voldoende luchttoetreding. Bedenk dat, naast de benodigde
verbrandingslucht, per uur nog zo'n 500 m3 lucht als ballastlucht door de
schoorsteen wordt meegezogen. (Bedenk ook dat een luchtverversingssysteem
meestal alleen lucht uit uw huis pompt!). Houd tijdens het stoken
ventilatieopeningen of roosters in ramen en deuren open.
Plaats voor een open haard een vonkenscherm en laat het vuur niet onbewaakt
achter.
Houd brandbare materialen (kleden,
meubilair) op veilige afstand van het vuur.
Plaats een onbrandbare plaat onder de kachel of
haard en daaronder een laag onbrandbaar isolatiemateriaal.
Houd kleine kinderen uit de buurt van (open) vuur en laat ze niet zonder
toezicht in een ruimte waar een haard brand.
Doof
het vuur niet, maar laat het vanzelf uitgaan. Sluit vooral niet de lucht,-
toevoeropeningen van de (haard)kachel wanneer de haard nog brandt.
4.3 WAT TE DOEN ALS ER TOCH EEN SCHOORSTEENBRAND OPTREEDT?
Ontstaat er ondanks alle voorzorgsmaatregelen tóch een schoorsteenbrand (dat
merkt u meestal aan een loeiend lawaai in de schoorsteen) doe dan het volgende:
-
sluit direct de schoorsteenklep,
-
sluit direct de luchttoevoer van de kachel, en,
bij een haardkachel, ook de deurtjes.
-
waarschuw de brandweer (112),
-
doof snel het vuur in de haard of kachel met
zand of soda om rook in uw huis te voorkomen,
-
ventileer,
-
gebruik nooit water om het vuur te doven,
-
zorg dat de schoorsteen na een brand eerst
wordt geveegd en geïnspecteerd op beschadiging en lekkage.
5. ONDERHOUD
Uit oogpunt van brandveiligheid is het van belang uw schoorsteen minstens één
maal per jaar te laten vegen. Als ook in de zomer wordt gestookt, moet de kachel
of haard en de schoorsteen regelmatig worden geïnspecteerd op gebreken die een
gevaar zijn voor uw veiligheid.
5.1 SCHOORSTEENVEGEN
Het vakkundig vegen van uw schoorsteen en het controleren op gebreken kunt u het
beste overlaten aan deskundigen. Vraag om een duidelijke afrekening waarop de
werkzaamheden zijn omschreven en waarop de naam en het adres van de veger staan
vermeld. Informatie over deskundige veegbedrijven en richtlijnen voor het vegen
geeft de Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond.
Wilt u toch zelf uw schoorsteen vegen, neem dan de volgende punten in acht:
-
Verwijder de pijp tussen stooktoestel en nisbus.
-
Veeg bij voorkeur van boven naar beneden met
een borstel met iets grotere doorsnede dan het kanaal; de kogel die aan de
borstel hangt, moet minstens 2 kg wegen.
-
Gebruik de juiste borstels voor roestvast
stalen of stenen kanalen; eventueel een stalen borstel voor het afschrapen
van de wand.
-
Bij ernstige vervuiling (creosoot) is een
ramoneur nodig. Pas echter op voor beschadiging van de binnenwand.
-
Een kanaal met verslepingen (bochten) kan door
de kogel beschadigen. Trek in dat geval de borstel met een touw dat door het
hele rookkanaal loopt, naar boven en beneden.
-
Gebruik uitsluitend goedgekeurd stijg- en
klimmaterieel om verzekerd te zijn van uw veiligheid, en om schade aan het
dak te voorkomen.
5.2 PUNTEN VAN INSPECTIE
De kachel of haard
De kachel of haard moet regelmatig worden gecontroleerd op:
Afdichting van hang- en sluitwerk van deuren en schuiven,
Het schoon zijn van rooster en asla (op klein laagje na),
Vervuiling of doorroesten van de verbindingspijp naar het rookkanaal.
Bij geconstateerde gebreken richt u zich tot uw leverancier.
De schoorsteen
De schoorsteen moet bij het vegen worden gecontroleerd op:
Ondeugdelijke materialen: aluminium, asbestcement, gasbeton en kalkzandsteen
zijn niet bestand tegen de hoge temperaturen die in de schoorsteen kunnen
optreden. Gasbeton en kalkzandsteen kunnen wel als buitenbekleding worden
gebruikt. Gewoon staal is niet geschikt omdat het snel wegroest. Het is ook niet
geschikt als het is verzinkt, het smelt immers bij 450°
Deugdelijke constructie (zie 3 Welke schoorsteen?).
Lekkage: bij lekkage van de schoorsteen kunnen rookgassen de woning of een
buurwoning binnendringen. Duidelijke aanwijzingen van lekkage zijn: scheuren in
metselwerk of keramische elementen, openstaande naden en verbindingen bij
metalen elementen, niet goed sluitende roetluiken, roetzakken of nisbussen.
Verstopping: plaatselijke verstopping door ophoping van creosoot wijst op
constructiefouten, zoals: te grote versleping (meer dan 30°), plotselinge
vernauwing of verwijding, of plaatselijk ontbreken van isolatie.
AANVULLENDE INFORMATIE
Meer informatie over dit onderwerp kunt u tijdens kantooruren inwinnen bij de
medewerker preventie van de brandweer Ermelo.
Telefoonnummer: 0341-567379 of 0341-553076.
Informatie over schoorsteenvegers kunt u opvragen bij:
Algemene Schoorsteenvegers Patroons Bond
WWW.ASPB.NL
Informatie over kachels, haarden en rookkanalen kunt u opvragen bij:
Vereniging Haard en Rookkanaal (VHR)
Consumenteninformatielijn: 010-2433612 (tijdens kantooruren)
Boerhaavelaan 40
Postbus 190
2700 AD Zoetermeer, Telefoon (079)3531270, Telefax (079)3531365 |