|
Home
Korpsinformatie
Preventie
Repressie
Rampenbestrijding
Links
 |
Waar gaat
deze informatie over?
De onderstaande tekst informeert u over het brandgedrag van woningtextiel en
kleding.
We geven aan waar de gevaren zitten en welke factoren hierbij in het algemeen
een rol spelen. We kijken naar de gevaren van de verschillende productgroepen en
geven de daarop van toepassing zijnde regelgeving, voor zover we die in
Nederland kennen. Tot slot volgen enkele aankooptips, en een overzicht van de
belangrijkste brandeigenschappen van de meest voorkomende soorten textiel.
1.
ACHTERGROND
1.1 Waar de gevaren zitten
1.2 Waarom is textiel brandgevaarlijk?
2.
WONINGTEXTIEL
2.1 Gordijnen
2.2 Bekleed meubilair
2.3 Vloerbedekking
2.4 Beddengoed
3.
KLEDING.
3.1 Nachtkleding
3.2 Overige kleding
3.3 Beschermende kleding
4.
AANKOOPTIPS
4.1 Overzicht brandeigenschappen van textiel
TENSLOTTE
AANVULLENDE INFORMATIE
1. ACHTERGROND
De Warenwet eist dat van textielartikelen altijd bekend gemaakt wordt uit welke
vezels ze zijn samengesteld en in welke verhouding de vezels voorkomen. Deze
informatie is vrijwel altijd te vinden op een ingenaaid etiket. De Warenwet eist
geen informatie over brandgevaarlijkheid. Een uitzondering hierop is in 1992
gemaakt voor nachtkleding.
1.1 WAAR DE GEVAREN ZITTEN
Textiel bestaat uit geweven of gebreide vezels. Die vezels kunnen bestaan uit
natuurlijk materiaal, zoals katoen, wol, linnen of hennep. Of uit synthetisch
materiaal zoals acryl, polyester of polyamide. Ook een combinatie van natuurlijk
en synthetisch materiaal is mogelijk. Viscose behoort tot deze laatste
categorie. Textiel vliegt over het algemeen snel in brand. Brand kan zich via
textiel makkelijk uitbreiden. Brand gaat veelal gepaard met de ontwikkeling van
(giftige) rook. Sommige textielsoorten smelten of ontleden bij brand. De zeer
hete smeltdruppels kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
Brand in een woning kan zich snel uitbreiden omdat er veel textiel in onze
woningen te vinden is. Denk behalve aan kleding ook aan gordijnen,
vloerbedekking, tafelkleden, bekleding van meubilair en aan beddengoed. In veel
van de genoemde producten zijn kunststoffen verwerkt. In matrassen, kussens en
meubilair treft u schuimen (zoals polyether) of schuimrubber aan. De meeste
schuimen vatten gemakkelijk vlam. In sommige schuimen zijn brandvertragende
middelen verwerkt waardoor dit minder snel gebeurt. Behalve voor een snelle
branduitbreiding zorgen schuimen in het algemeen ook voor de ontwikkeling van
een grote hoeveelheid giftige rook. Het is vooral deze rook die verantwoordelijk
is voor de vele slachtoffers bij brand in woningen: de doodsoorzaak is vaak
verstikking door rook, volgend op bedwelming.
Behalve brandbare textiele producten, en natuurlijk zuurstof, is een
ontstekingsbron nodig voor het ontstaan van brand. Naast open vuur zoals de vlam
van een kaars of aansteker, of een vonk uit een open haard, zijn er vaak nog
andere, minder bekende ontstekingsbronnen in huis. Zo kunnen gordijnen die boven
een hete verwarming hangen, erg droog worden en daardoor makkelijker vlam
vatten. Door de luchtcirculatie in de buurt van de verwarming wordt een eenmaal
ontstane brand door de toestromende lucht extra aangewakkerd. Denk ook aan een
straalkacheltje, of een lamp, en zelfs een vergrootglas waar zonlicht op valt.
Dergelijke bronnen leveren na langdurige blootstelling voldoende energie om
textiel te ontsteken. Wasgoed schroeit en vat spontaan vlam wanneer het te lang
op de kachel ligt om te drogen. Dit gebeurt bijvoorbeeld door er bij weg te
lopen en het vervolgens te vergeten.
1.2 WAAROM IS TEXTIEL BRANDGEVAARLIJK?
De brandbaarheid van textiel hangt in de eerste plaats af van de vezel die erin
is verwerkt. Achterin deze brochure is een overzicht opgenomen van de mate van
brandbaarheid van veel toegepaste vezelsoorten. Eigenlijk is de term
'brandbaarheid' niet zo'n goede. Immers, in principe is iedere stof brandbaar,
als de temperatuur maar hoog genoeg is. 'Ontvlambaar' is een betere term. We
hanteren daarom in het overzicht de begrippen: nagenoeg niet ontvlambaar,
moeilijk ontvlambaar, en gemakkelijk ontvlambaar.
Behalve de toegepaste vezel zijn ook andere factoren van invloed op het
brandgedrag:
De structuur van het weefsel,
De behandeling van het weefseloppervlak,
De samenstelling van een stof,
De vormgeving van het product
De ouderdom van het product
We besteden kort aandacht aan de invloed van deze factoren van invloed van deze
factoren op het brandgedrag.
De structuur van het weefsel
Voor brand is zuurstof nodig. Een opengeweven (brandbaar) weefsel, waar de
zuurstof uit de lucht makkelijk bij kan, zal daarom eerder ontvlammen en blijven
branden dan een dichtgeweven weefsel. Zware wollen weefsels zijn doorgaans zo
dicht geweven dat vuur geen kans krijgt: de vlammen doven al snel. Dat betekent
niet dat wol niet brandbaar is! Open en vooral harige weefsels van wol branden
als de beste. In het algemeen zullen weefsels met een 'harige' oppervlak (met
een lange pool) eerder ontvlammen dan dichte, gladde weefsels. Voorbeelden van
'harige' weefsels zijn: flanel, pluche, fluweel en badstof.
De behandeling van het weefseloppervlak
In de fabriek of tijdens het gebruik kunnen allerlei stoffen op het
weefseloppervlak terechtkomen die invloed hebben op het brandgedrag:
Brandvertragers: dit zijn stoffen die textiel minder brandbaar maken. Dat kan
door toepassing op het oppervlak van het weefsel, maar ook door verwerking in de
vezel. Deze laatste bewerking is in de regel duurzamer.
Restanten en wasmiddelen: In sommige gevallen kunnen deze restanten de stoffen
brandbaarder maken.
Vuil: een weefsel kan door vuil aanzienlijk brandbaarder worden, zeker als het
benzine, olie of vet betreft.
De samenstelling van een stof
Ook de samenstelling van het weefsel (de verschillende vezelsoorten die erin
verwerkt zijn) is van invloed op het brandgedrag. Mengvezels van polyester met
wol, polyester met katoen, of nylon met wol, zijn vaak makkelijker ontvlambaar
dan alleen polyester, of alleen nylon. Zware wollen weefsels waarin een bepaald
percentage synthetische vezels verwerkt is, zijn in de regel gemakkelijker
ontvlambaar dan wanneer ze voor 100% uit wol bestaan.
De vormgeving van het product
Grote plooien in gordijnen en tafelkleden werken als schoorstenen daardoor kan
het vuur zich razendsnel naar boven verspreiden. Hetzelfde effect doet zich voor
bij wijdvallende kleding. Bovendien kan wijdvallende kleding makkelijker dan
nauwsluitende kleding per ongeluk in aanraking komen met open vuur.
De ouderdom van het product
Vuil, waspoederresten en uitdroging kunnen de ontvlambaarheid van oude kleding
vergroten. Ook kunnen aan het oppervlak van het weefsel aangebrachte
brandvertragende stoffen door wasbehandelingen verdwijnen.
2. WONINGTEXTIEL
2.1 GORDIJNEN
In gordijnen worden verschillende soorten vezels verwerkt, zoals katoen, acryl
of polyester. Vaak worden ook mengvezels toegepast. Alle eerder genoemde
factoren die textiel brandgevaarlijk maken zijn ook van invloed op het
brandgedrag van gordijnen. Let bij gordijnen vooral op de omgeving: vermijd
hittebronnen in de nabijheid van gordijnen. Is dit niet goed mogelijk,
bijvoorbeeld in een kleine ruimte, kies dan een textielsoort die niet
gemakkelijk ontvlamd. Er bestaan ook gordijnstoffen die met een brandvertragend
middel behandeld zijn.
2.2 BEKLEED MEUBILAIR
Beklede meubelen, zoals zitbanken, fauteuils of zitkussens, bestaan meestal uit
een schuimvulling, soms een tussenlaag (interliner) en daarover de
meubelbekleding. De vulling bestaat vaak uit het zeer makkelijk ontvlambare
polyeter- of polyurethaanschuim. Daarnaast komen ook schuimen voor (doorgaans
bij de duurdere meubelen) die met brandvertragende stoffen zijn behandeld. Deze
schuimen worden aangeduid met 'HR'. Een 'CMHR' ofwel Combustion Modified High
Resilience schuim geeft aan dat de matras zelfdovend is. Schuimrubber
(rubberlatex)brandt minder snel dan polyeterschuim maar is gevoeliger voor
smeulende verbranding.
Een interliner bestaat uit moeilijk ontvlambaar materiaal. Deze tussenlaag dient
ter bescherming van de vulling. De meubelbekleding kan uit allerlei soorten
textiel bestaan. De meeste soorten bekleding zijn gemakkelijk ontvlambaar.
Er wordt momenteel in Europa gewerkt aan keuringseisen voor brandveilig
meubilair.
2.3 VLOERBEDEKKING
Over het algemeen valt de brandbaarheid van vloerbedekking mee. Horizontale
oppervlakken branden doorgaans minder snel dan verticale. Stukjes gloeiend hout,
kool of sigarettenpeuken maken meestal alleen een brandplek.
Ook de brandbaarheid van katoenen vloerbedekking is niet groot. Weliswaar brandt
katoen gemakkelijk, maar katoenen vloerbedekking is dicht geweven. Daardoor
dringt lucht er heel moeilijk door.
Bij tapijten van polyamide (nylon), propyleen of acryl dooft het vuur niet
onmiddellijk vanzelf, zeker niet als deze tapijten een lange pool hebben. Vuur
kan zo heel lang doorsmeulen. Dat levert grote brandplekken op. Bevat het tapijt
ook polypropyleen, dan vormen zich tijdens het branden hete smeltdruppels. Dit
kan het ondertapijt of de onderliggende vloer aantasten. Wollen vloerbedekking
geeft meestal alleen een schroeivlek te zien.
Het brandgedrag van vloerbedekking wordt in Nederland aangegeven met de
brandklassen T1 t/m T3. deze klassen worden toegekend wanneer de vloerbedekking
voldoet aan de respectievelijke eisen die de Nederlandse norm stelt.
De betekenis van de klassen is als volgt:
T1
Hoogste klasse van
brandveiligheid. De vloerbedekking is niet makkelijk ontvlambaar én het vuur zal
zich niet snel uitbreiden in horizontale richting; geschikt voor toepassing in
ruimtes met een verhoogd brandrisico.
T2
Niet makkelijk
ontvlambaar. Geschikt voor toepassing in de woning met een iets hoger
brandrisico, bijvoorbeeld waar gerookt wordt, of met een open haard. Het geeft
aan dat de vloerbedekking niet gemakkelijk vlam vat bij ontsteking door een
kleine ontstekingsbron, zoals een brandende sigaret of een brandende lucifer.
T3
Lichtste klasse van brandveiligheid. Niet makkelijk ontvlambaar, maar getest
volgens een minder zware test dan T2 vloerbedekking. Geschikt voor toepassing in
de woning.
Een vloerbedekking die voldoet aan klasse T2 of T3 herkent u aan een P.I.T.-vlamsymbool
op het etiket (P.I.T. staat voor Product Informatie Tapijten). Dit symbool
betekent dus dat de vloerbedekking een vlam niet onderhoudt of verspreidt, en
dus niet bijdraagt aan het ontstaan van brand, mits ontstaan door een kleine
ontstekingsbron: sigaret, vonk, lucifer.
2.3 BEDDENGOED
Lakens, slopen en dekbedhoezen bestaan meestal uit katoen, soms uit flanel,
badstof of synthetisch materiaal. Dit zijn allemaal gemakkelijk ontvlambare
soorten textiel. De zwaardere soorten katoen zijn minder gemakkelijk ontvlambaar
dan de zeer lichtgeweven (zogenaamde India-katoen).
Dekens bestaan uit wol, katoen, acryl of samengestelde weefsels. Met name de
acryl dekens zijn zeer licht ontvlambaar. Het veiligst zijn dichtgeweven wollen
of katoenen dekens.
Dekbedden hebben een vulling van synthetisch materiaal zoals (holle)
polyestervezels (makkelijk ontvlambaar) of dons, veren (moeilijk ontvlambaar).
De vulling zit in een dichtgeweven synthetische of katoenen tijk (hoes). De
synthetische tijk kan bestaan uit allerlei mengsels: polyester/katoen. Het
brandgedrag is onvoorspelbaar; in de regel zijn ze alle gemakkelijk ontvlambaar
en ontwikkelen ze zeer giftige rook. Matrassen bestaan uit een vulling waarvoor
het zelfde geldt als voor vullingen van bekleed meubilair. De vulling is soms
afgedekt met een brandwerende tussenlaag (interliner). Daaromheen zit de tijk.
Deze kan gemaakt zijn van verschillende soorten textiel, zoals waterdicht nylon
(polyamide), zware kwaliteit katoen/viscose, of pvc (polyvinylchloride).
3. KLEDING
3.1 NACHTKLEDING
Sinds 17 april 1997 kennen we het convenant brandveiligheid nachtkleding. Daarin
is gesteld dat nachtkleding (inclusief bad- of kamerjassen) aan bepaalde
brandveiligheidseisen moet voldoen. Deze eisen zijn verder uitgewerkt in bijlage
1 van dit convenant, technische eisen voor brandveiligheid nachtkleding. Daarbij
wordt verwezen naar de norm NEN 1722. Voor nachtkleding voor kinderen geldt een
strengere eis.
Veel toegestane nachtkleding heeft toch nog een zeker brandgevaar. Om u hiervan
bewust te maken, moet nachtkleding die u in Nederland koopt, voorzien zijn van
een wasecht, ingenaaid etiket, waarop in rode letters staat: "Waarschuwing!
Verwijderd houden van open vuur".
Als nachtkleding voldoet aan strengere brandveiligheidseisen dan volgens het
convenant, wordt dit kenbaar gemaakt door een ingenaaid etiket waarop vermeld
staat: 'Zelfdovend'. Dit etiket zult u in gewone nachtkleding niet vaak
aantreffen. De stoffen met deze eigenschappen hebben namelijk minder
draagcomfort. Ze worden wel toegepast in kleding voor psychiatrische patiënten
en in andere speciale (risico) situatie´s.
3.2 OVERIGE KLEDING
Voor overige kleding bestaan geen wettelijke regelingen. Alle factoren uit
paragraaf 1.2 die invloed kunnen hebben op de brandbaarheid, zijn ook op kleding
van toepassing. Door de enorme diversiteit en samenstelling van weefsels, en de
vele versiersels die verwerkt zijn in en op kleding, is het brandgedrag zeer
onvoorspelbaar. Ga er vanuit dat kleding in principe gemakkelijk ontvlambaar is.
Een extra gevaar vormen de hete smeltdruppeltjes die ontstaan wanneer
synthetische materialen in brand vliegen. Deze smeltdruppels branden in de huid
en geven ernstige brandwonden. De genezing verloopt moeizaam en er blijven vaak
lelijke littekens achter.
3.3 BESCHERMENDE KLEDING
In sommige brandgevaarlijke situaties, bijvoorbeeld bij doe-het-zelven, is het
raadzaam een beschermende jas, schort of overall te dragen. Voorwaarde is dat
zo'n jas of overall van onbrandbaar of zeer moeilijk materiaal is vervaardigd.
Zo bestaan er speciale soorten brandvertragend katoen, en materiaal geweven uit
aramide kunstvezel.
4. AANKOOPTIPS
Kleding:
Let op het etiket. Dit vermeldt de vezels waaruit het product is samengesteld.
Laat deze informatie u daarbij helpen. Aarzel niet om informatie te vragen aan
winkeliers en leveranciers.
Ruimvallende kleding brandt sneller en feller dan nauwsluitende kleding.
Veel (kinder)trainingspakken zijn gemaakt van nylon. Alhoewel nylon niet snel
vlam vat, kan het door een hittebron wel smelten en zeer hete smeltdruppels
vormen die in de huid inbranden en ernstige brandwonden veroorzaken. Acryl vormt
geen smeltdruppels, maar is gemakkelijk brandbaar. Beter is een stevige
kwaliteit katoen.
Woningtextiel:
Let bij de aanschaf op de brandeigenschappen. Lees de etiketten, laat deze
informatie u daarbij helpen. Aarzel niet om informatie te vragen aan winkeliers
en leveranciers.
Beoordeel beklede meubels vooral op de ontvlambaarheid van de bekleding en op de
aanwezigheid van een niet-brandbare interliner.
Een moeilijk brandbaar (CMHR-) schuim zal aanzienlijk minder bijdragen tot de
brandvoortplanting en tot de ontwikkeling van giftige rook.
TEN SLOTTE
Zolang wettelijk niets is geregeld rond de brandgevaarlijkheid van textiel
anders dan nachtkleding, zult u zelf zo goed mogelijk moeten opletten bij de
aanschaf ervan.
In afwachting van Europese regelgeving voor bekleed meubilair en matrassen, neem
de meubelindustrie medio 1993 het voortouw. Het (vrijwillige) voornemen is te
stoppen met de productie van meubilair dat door een brandende sigaret kan worden
ontstoken.
Na het lezen van deze informatie realiseert u zich misschien meer dan voorheen
dat ook bij u thuis de nodige textiel aanwezig is. En waar textiel is, is ook
een bepaald brandrisico. Blijf dus uiterst voorzichtig met vuur en andere
ontstekingsbronnen. Vermijd gevaarlijke situaties die ook bij u thuis kunnen
optreden, zoals:
- Roken in bed
- Onbewaakt aan laten van een (met name oude) elektrische deken
- Weggooien van niet goed uitgemaakte sigaretten
- Onbeheerd achterlaten van brandende voorwerpen (kaars, sigaret, open haard)
- Wegspatten van vonken
- Een
lees-loep die als brandglas werkt wanneer er zonlicht op valt
- Een
lamp of andere stralingsbron (te) langdurig of (te) dicht bij textiel of ander
brandbaar materiaal houden
- Kleine kinderen spelend met lucifers of aansteker op hun kamer
Overzicht brandeigenschappen van textiel
|
Nagenoeg niet ontvlambaar |
Handelsnamen |
Toepassing |
Opmerkingen |
|
Poyamide
Aramide |
Nomex |
Ruimtevaart,
auto-coureurs, brandweer- uniformen,
beschermende
kleding bij brand. |
Als mengsel o.a.
met wol |
|
Polyvinylchloride
(PVC)
(Chloorvezel) |
Rhovyl, Filalom, Fablon, Cleivyl
|
Sportkleding, vulling, gestikte dekens,
dekbedden |
Bij brand ontwikkeling van zoutzuurgas
|
|
Moeilijk ontvlambaar |
Handelsnamen |
Toepassing |
Opmerkingen |
|
Polyester |
Terlenka, Terylene, Tergal, Tervira, Dracon,
Diolen, Fibrefil, Hallofil, Terital, Trevira, Tersuisse, Tetoren, Vestan |
Kleding, dassen, shawls, rokken,
vitrages, vulling, van gestikte dekens en dekbedden |
Smelt bij brand en geeft dan sterke
rookontwikkeling. In zuivere vorm moeilijk brandbaar.
|
|
Polyamide |
Enkalon, Perlon, Rilan, Nylfrance,
Nylon, Antran, Cantrece, Fabelnyl, Nylsuisse, Qiana |
Dameskousen, sokken, sportkleding,
Parachutes |
Smelt bij brand met blauwzuurontwikkeling.
In zuivere vorm moeilijk brandbaar. |
|
Wol |
|
Algemeen |
Smelt niet.
Als het brand ontwikkeling van blauwzuur. |
|
Gemakkelijk ontvlambaar |
Handelsnamen |
Toepassing |
Opmerkingen |
|
Polypropyleen |
Meraklon |
Kleding, tapijten, meubelbekleding, dekens,
kousen,
sokken |
Brandt en vormt brandende druppels
|
|
Katoen |
|
Kleding en
woningtextiel |
Gloeit na,
smelt niet |
|
Linnen |
|
Kleding, zakdoekjes, tafellinnen
|
Gloeit na,
smelt niet |
|
Jute |
|
Zakken, matten
bespanningsstof, gordijnen, achterkant tapijten. |
|
|
Kapok |
|
Doorgestikte dekens en matrassen
|
|
|
Polyacrylnitril (Acryl) |
Acribel, Acrylan, Cashmilon, Creslian,
Courtelle, Crylon, Dolan, Dralon, Orlon
Dunova, Leacril, |
Boven- en onder
kleding, bedrijfskleding, woningtextiel, trainingspakken
|
Brandt als katoen, ontwikkelt dan
blauwzuurgas |
|
(Tri)acetaat |
Rhodia, Arnel, Tricel, Rhone
|
Dameskleding,
handschoenen, badkleding, Pyama's
|
Wordt evenals Viscose uit cellulose
vervaardigd |
|
Viscose |
Fibrenka, Modal,
Polylose |
Kleding en
woningtextiel |
Wordt uit cellulose vervaardigd (overwegend
uit hout). Vroeger kunstzijde en rayon genoemd. |
|
Polyurethaan |
Dorlasten, Lycra, Spanzelle
|
Badpakken, stretchkleding, korsetten,
steunkousen |
Ontwikkelt bij brand blauwzuurgas
|
|
"Bij samengestelde vezels
is de brandbaarheid moeilijk te voorspellen." |
AANVULLENDE INFORMATIE
Meer informatie over dit onderwerp kunt u tijdens kantooruren inwinnen bij de
medewerkers preventie van de brandweer Ermelo.
Telefoonnummer: 0341-567379 of 0341-553076. |