|
Home
Korpsinformatie
Preventie
Repressie
Rampenbestrijding
Links
 |
Waar gaat deze informatie over?
De onderstaande tekst bevat
informatie over de verschillende soorten brand, brandklassen,
blusmiddelen en blusstoffen, keuze en gebruik van blusmiddelen voor
in huis, aankooptips, en het onderhoud van blusmiddelen.
1. ACHTERGROND
1.2 Brandklassen
2. ZELF BLUSSEN
2.1 Het principe van blussen
2.2 Hoe blust u een brand?
2.3 Kleine blusmiddelen
3. DRAAGBARE BLUSTOESTELLEN
3.1 Eisen aan draagbare blustoestellen
3.2 Blusstoffen
3.3 Gebruik van draagbare blustoestellen
3.4 Aankooptips
Ten slotte aanvullende informatie
1. ACHTERGROND
Een beginnende brand kunt u in veel gevallen zelf blussen. Veel
hangt daarbij af van snel en kundig handelen. Een goed functionerend
blusmiddel kan u daarbij zeer behulpzaam zijn. Nu zijn er
verschillende soorten blusmiddelen te verkrijgen. Maar niet ieder
blusmiddel is geschikt voor het blussen van elk type brand. Om nu te
weten welk blusmiddel voor welk type brand geschikt is, gaan we daar
eerst nader op in.
1.2 BRANDKLASSEN
We kunnen branden indelen naar het soort
verschijnselen dat wordt waargenomen. Bijvoorbeeld een uitslaande
brand, of een smeulbrand. Een smeulbrand kan overgaan in een
uitslaande brand, soms zelfs pas na uren. Daarom is dit type brand
zeer verraderlijk. Omgekeerd kan ook: een brand met vuur kan (nadat
de vlammen zijn gedoofd) overgaan in een smeulbrand, met alle
gevaren van dien.
Een andere indeling van brand is een indeling naar de
soort brandstof: een indeling in zogenaamde 'brandklassen'. Er zijn
4 brandklassen: Klasse A, B, C en D. Deze indeling is voor het
blussen de belangrijkste. Het is namelijk in hoofdzaak de soort
brandstof, en dus de brandklasse, die bepalend is voor het te
gebruiken blusmiddel. We bespreken de brandklassen hieronder kort.
Bij iedere brandklasse treft u het internationale pictogram aan.
Klasse A: branden van vaste stoffen van
hoofdzakelijk organische oorsprong, die in het algemeen met gloei-
of vuur- en rookverschijnselen gepaard gaan. Voorbeelden: brand van
hout, papier, textiel, plastics, enzovoorts. Bij brand in woonhuizen
is meestal sprake aan deze soort brand.
Klasse B:
branden van vloeibare of vloeibaar
wordende stoffen. Er zijn twee groepen te onderscheiden:
* met water mengbare vloeistoffen, zoals alcohol;
* niet met water mengbare vloeistoffen, zoals benzine, terpentine,
olie of vet, verf, teer, gesmolten plastic.
Klasse C: branden van gassen, zoals aardgas, butaan en LPG.
Klasse D: branden van metalen, zoals magnesium en aluminium. In
woonhuizen komen deze branden vrijwel niet voor.
Let op! Branden die in of nabij elektrische apparatuur ontstaan,
zijn niet in een aparte klasse ingedeeld. Vaak gaat het om klasse
A-branden. Omdat er elektriciteit in het geding is, is slechts een
beperkt aantal blusstoffen voor deze klasse A-branden geschikt.
Na enige informatie over blussen in het algemeen en over kleine
blusmiddelen voor toepassing in de woning (2), en over draagbare
blustoestellen (3) komen we bij het bespreken van de verschillende
blusstoffen (3.2) terug op de vraag wat u het beste kunt gebruiken
voor de verschillende brandklassen.
2. ZELF BLUSSEN
Een brand blussen betekent
niet automatisch: water erop gooien. U kunt de brand daarmee alleen
maar erger maken. In sommige gevallen is het zelfs levensgevaarlijk.
Enige kennis van zaken is dus belangrijk. In dit hoofdstuk leest u
het een en ander over het principe van brand blussen en over de
verschillende kleine blusmiddelen en over de verschillende kleine
blusmiddelen die geschikt zijn voor gebruik in en om de woning.
2.1 HET PRINCIPE VAN BLUSSEN
Als u de condities kent waaronder een brand
ontstaat, dan weet u ook hoe u de brand kunt blussen. Een brand kan
alleen ontstaan als tegelijkertijd voldaan is aan de volgende
voorwaarden:
- Er is een brandbare stof (vast, vloeibaar of gasvormig),
- Er is zuurstof (vrij aanwezig in lucht, circa 21%),
- De brandbare stof is voldoende opgewarmd,
- Er is een ontstekingsbron (lucifer, kaars, vonk, sigaret).
De warmte zorgt ervoor dat een vaste stof of een vloeistof
gedeeltelijk verdampt of ontleedt. De gasvormige bestanddelen gaan
een reactie aan met zuurstof (verbranding). De warmte die vrijkomt,
leidt ertoe dat er opnieuw brandstof verdampt of ontleedt. Zo wordt
de verbranding in gang gehouden. Daarbij is de verhouding tussen
brandbaar gas en zuurstof van belang; bij een bepaalde verhouding
kan een mengsel van die twee zelfs explosief zijn. De verbranding
kan soms worden vertraagd of versneld door bepaalde stoffen,
zogenaamde negatieve en positieve katalysatoren.
2.2 HOE BLUST U EEN BRAND?
Wie een brand wil blussen, neemt één of meer van de voorwaarden weg
die nodig zijn voor het ontstaan ervan.
Zo kunt u:
| |
• |
De brandstof wegnemen
(bijvoorbeeld door de gaskraan te sluiten), |
 |
• |
De zuurstof (lucht)
toevoer afsluiten (bijvoorbeeld door de toevoer af te dekken met een
deken of een laag zand of poeder, of door deuren te sluiten). |
 |
• |
De
omgevingstemperatuur verlagen (gebruik water). |
De werking van de kleine blusmiddelen berust
op een of meer van deze mogelijkheden.
2.3 KLEINE BLUSMIDDELEN
Kleine blusmiddelen
geschikt voor toepassing in de woning (of auto, caravan, boot) zijn:
Blusdekens. De blusdeken is een deken vervaardigd van glasvezel
geïmpregneerde wol of een ander onbrandbaar dan wel moeilijk
brandbaar materiaal. Dit blusmiddel is bedoeld om een persoon die in
brand is geraakt in te rollen, of brandende voorwerpen (brandklasse
A) mee af te dekken. Op die manier wordt de zuurstoftoevoer
afgesloten.
Ook kan een 'vlam in de pan' ermee worden afgedekt, door de
bovenrand van de deken over uw handen te wikkelen en vervolgens de
deken rustig, en van u af, over de vlammen te schuiven. Voor
huishoudelijk gebruik zijn kleine formaten verkrijgbaar, desgewenst
opgeborgen in een handige container. Zodra het nodig is kunt u de
branddeken met één handbeweging uit de container halen.
Slangen en slaghaspels
Vaste slanghaspels zijn een standaardeis voor ieder gebouw, met
uitzondering van particuliere woningen. Een goed alternatief voor
woningen is het (vast) aansluiten van een tuinslang op de
waterleiding. De slang moet in zo'n geval voorzien zijn van een
afsluitbaar spuitelement dat verstelbaar is tot sproeistraal. De
slang moet lang genoeg zijn om alle hoeken van het huis te kunnen
bereiken. Vaste slanghaspels zijn een standaardeis voor ieder
gebouw, met uitzondering van particuliere woningen. Een goed
alternatief voor woningen is het (vast) aansluiten van een tuinslang
op de waterleiding.
Draagbare blustoestellen
Draagbare blustoestellen zijn gebruiksklare toestellen die met de
hand gedragen kunnen worden (totaal gewicht maximaal 20 kilo). Er
zijn verschillende typen en afmetingen. Ze kunnen gevuld zijn met
verschillende soorten blusstoffen. Welke soort blusstof u moet
gebruiken hangt af van de brandklasse. Hierover meer in het volgende
hoofdstuk.
3. DRAAGBARE BLUSTOESTELLEN
Er zijn verschillende soorten draagbare blustoestellen te koop. De
werkingsduur (10 tot 60 seconden), het bereik (3 tot 5 meter), ook
wel genoemd de worplengte, en de kracht van de worp zijn afhankelijk
van het type en de grootte.
Er zijn twee typen te onderscheiden:
- Toestellen die permanent onder druk staan: het uitdrijfgas en de
blusstof zitten in één ruimte. Zie voor het inwerking stellen de
gebruiksaanwijzing op het toestel.
- Toestellen die door een patroon op druk worden gebracht, de
patroon zit aan de buitenkant op het cilinder, al of niet
afgeschermd. Het op druk brengen gebeurt door het opendraaien van de
patroon of perforeren door een inslag-mechanisme. Zie voor het
inwerking stellen de gebruiksaanwijzing op het toestel.
3.1 EISEN AAN DRAAGBARE BLUSTOESTELLEN
Blustoestellen vallen onder het Besluit Draagbare Blustoestellen
(1986) krachtens de Brandweerwet (1985). Op ieder blustoestel moet
een duidelijk etiket aanwezig zijn, met vermelding van het volgende:
Blustoestellen vallen onder het Besluit Draagbare Blustoestellen
(1986) krachtens de Brandweerwet 1985. Op ieder blustoestel moet een
duidelijk etiket aanwezig zijn, met vermelding van het volgende:
 |
• |
Type blustoestel |
 |
• |
Soort en hoeveelheid
vulling en drijfgas |
 |
• |
De brandklasse(n)
waarvoor het geschikt is + symbolen |
 |
• |
Aanwijzingen voor het gebruik + pictogrammen |
 |
• |
Aanwijzingen voor hergebruik |
 |
• |
Naam en adres
leverancier of producent |
 |
• |
Het rijkskeurmerk en
productiejaar |
3.2 BLUSSTOFFEN
Verschillende stoffen worden gebruikt voor het blussen van branden.
Maar geen enkele blusstof is voor alle branden geschikt. Van de
meest voorkomende blusstoffen bespreken we nu de belangrijkste
eigenschappen. In het overzicht verderop vindt u welke blusstof het
beste gebruikt kan worden voor de verschillende brandklassen.
Verschillende stoffen worden gebruikt voor het blussen van branden.
Maar geen enkele blusstof is voor alle branden geschikt. Van de
meest voorkomende blusstoffen bespreken we nu de belangrijkste
eigenschappen. In het overzicht verderop vindt u welke blusstof het
beste gebruikt kan worden voor de verschillende brandklassen.
De volgende blusstoffen worden kort besproken:
- Water
- Zand
- Poeder
- Kooldioxide (CO2)
- Schuim
Een tot op heden veel toegepaste, veelzijdige blusstof 'halon' laten
we buiten beschouwing. Het gebruik ervan is niet langer toegestaan
wegens het schadelijke effect op de ozonlaag. Een tot op heden veel
toegepaste, veelzijdige blusstof 'halon' laten we buiten
beschouwing. Het gebruik ervan is niet langer toegestaan wegens het
schadelijke effect op de ozonlaag.
Water
Water is voor klasse A-branden (die in woonhuizen het meest
voorkomen) een zeer goede blusstof: effectief, meestal volop
voorhanden en relatief goedkoop. De werking berust op afkoelen.
Afkoelen kost enige tijd. Gebruik altijd een nevel of een
sproeistraal. Stop zo nu en dan. Een harde ononderbroken straal
zorgt voor onnodige blusschade! Er zijn ook zogenaamde
waterblussers! Er zijn ook zogenaamde waterblussers (alleen gevuld
met water) te koop.
Water is voor klasse A-branden (die in woonhuizen het meest
voorkomen) een zeer goede blusstof: effectief, meestal volop
voorhanden en relatief goedkoop.
Water mag nooit gebruikt worden voor
het blussen van:
 |
• |
Elektrische apparatuur, tenzij de spanning is uitgeschakeld. In
noodgevallen kunt u heel kort met een nevel sproeien, echter nooit
met een ononderbroken straal. Daarmee zet u immers uzelf onder
stroom. |
 |
• |
Olie of vet; de
brandende vloeistof zal uiteen spatten tot een enorme steekvlam. Bij
vlam in de pan: afsluiten met goed passend deksel of branddeken, die
u altijd van u af op de pan schuift. |
 |
• |
Metalen (brandklasse D) en andere stoffen die met water reageren
zoals natrium en carbid. |
Zand
Zand kunt u in veel
gevallen gebruiken. Bovendien is het goedkoop. Zand sluit de brand
af van de lucht en dus ook van de zuurstof. Het is niet geschikt
voor branden van apparatuur die onder spanning staat. Zand kunt u in
veel gevallen gebruiken. Bovendien is het goedkoop. Zand sluit de
brand af van de lucht en dus ook van de zuurstof. Het is niet
geschikt voor branden van apparatuur die onder spanning staat.
Poeder
Poeder is een vrij universele blusstof
met een groot blusvermogen. De werking berust op vlamafbreking. Er
zijn twee soorten poeder:
Poeder is een vrij universele blusstof met een
groot blusvermogen. De werking berust op vlamafbreking. Er zijn twee
soorten poeder:
ABC-poeder (monoammoniumfosfaat) komt het meeste voor. Het is
geschikt voor brandklasse A, B en C. Dit poeder heeft een
vlamafbrekende werking en laat een korstvormige rest achter.
ABC-poeder (monoammoniumfosfaat) komt het meeste voor. Het is
geschikt voor brandklasse A, B en C. Dit poeder heeft een
vlamafbrekende werking en laat een korstvormige rest achter.
BC-poeder (natriumbicarbonaat, ook wel genoemd 'zuiveringszout'), is
alleen geschikt voor B- en C-branden. Een variant van dit poeder met
grotere bluskracht is kaliumbicarbonaat. BC-poeder
(natriumbicarbonaat, ook wel genoemd 'zuiveringszout'), is alleen
geschikt voor B- en C-branden. Een variant van dit poeder met
grotere bluskracht is kaliumbicarbonaat. Het poeder is niet
geleidend en is daarom ook geschikt voor het blussen van branden in
of nabij apparatuur die onder spanning staat. Het blussen met poeder
vereist enige vaardigheid. Poeder irriteert de huid, open wonden,
ogen en slijmvliezen. Het veroorzaakt blusschade, onder meer in de
vorm van een witte (vettige) neerslag. Het schoonmaken van spullen
met blusschade kunt u het beste overlaten aan daarin
gespecialiseerde bedrijven (de kosten worden doorgaans door de
brandverzekering vergoed). Het poeder is niet geleidend en is daarom
ook geschikt voor het blussen van branden in of nabij apparatuur die
onder spanning staat. Het blussen met poeder vereist enige
vaardigheid.
Kooldioxide (CO2)
Kooldioxide of 'koolzuur'
is een gas dat tot vloeistof is samengeperst, verpakt in een stalen
cilinder. Behalve een klein beetje vast koolzuur (koolzuursneeuw)
komt kooldioxide als gas vrij (het zelfde gas als in spuitwater). De
bluswerking berust op het verdringen van de lucht (zuurstof), zodat
de brand verstikt. Het is geschikt voor kleine branden van de
klassen B en C, en voor branden waarbij elektriciteit in het geding
is. Het laat geen resten na. Het vlamstadium verdwijnt echter pas
als het percentage zuurstof in de lucht, ter plaatse van de vlam, is
gedaald tot 12%. Maar dit percentage is ook schadelijk voor de mens!
Houd daar rekening mee, vooral in kleine ruimtes. Kooldioxide of
'koolzuur' is een gas dat tot vloeistof is samengeperst, verpakt in
een stalen cilinder. Behalve een klein beetje vast koolzuur
(koolzuursneeuw) komt kooldioxide als gas vrij (het zelfde gas als
in spuitwater). De bluswerking berust op het verdringen van de lucht
(zuurstof), zodat de brand verstikt. Het is geschikt voor kleine
branden van de klassen B en C, en voor branden waarbij elektriciteit
in het geding is. Het laat geen resten na. Het vlamstadium verdwijnt
echter pas als het percentage zuurstof in de lucht, ter plaatse van
de vlam, is gedaald tot 12%. Maar dit percentage is ook schadelijk
voor de mens! Houd daar rekening mee, vooral in kleine ruimtes. Het
blusvermogen is beperkt. De blusstof biedt geen bescherming tegen
hittestraling. Ook werkt het niet verkoelend. Het is daarom niet
geschikt voor vaste stoffen; die zullen na enige tijd weer op nieuw
vlam vatten. Het blusvermogen is beperkt.
Schuim
Schuim is een combinatie
van drie producten: water, schuimvormend middel en lucht. Het schuim
vormt een schuimfilm en sluit daarmee de luchttoevoer af. Het is een
goede blusstof voor klasse A- en B-branden. Het geeft weinig
blusschade. Er is een grote verscheidenheid aan schuimvormende
middelen, met elk hun specifieke eigenschappen. Vanwege het grote
aandeel water is schuim niet geschikt voor branden waarbij
elektriciteit is betrokken. Schuim is een combinatie van drie
producten: water, schuimvormend middel en lucht. Het schuim vormt
een schuimfilm en sluit daarmee de luchttoevoer af. Het is een goede
blusstof voor klasse A- en B-branden. Het geeft weinig blusschade.
Er is een grote verscheidenheid aan schuimvormende middelen, met elk
hun specifieke eigenschappen. Vanwege het grote aandeel water is
schuim niet geschikt voor branden waarbij elektriciteit is
betrokken.
3.3 GEBRUIK VAN DRAAGBARE
BLUSTOESTELLEN
Draagbare blustoestellen zijn eenvoudig te bedienen. Toch is het
raadzaam er eens mee te oefenen. Denk daarbij aan het volgende:
Draagbare blustoestellen zijn eenvoudig te bedienen. Denk daarbij
aan het volgende;
Algemeen geldt:
 |
• |
Gebruik de juiste blusstof voor de brand die u moet blussen. |
 |
• |
Breng het blustoestel
naar de plaats van de brand. Stel het in werking en benader de brand
zo dicht mogelijk. |
 |
• |
Houd het blustoestel
tijdens gebruik rechtop; realiseert u zich dat een blustoestel een
beperkte spuitduur heeft. |
 |
• |
Na gebruik het
blustoestel direct laten vullen. |
Voor water geldt:
 |
• |
Een sproeistraal
(nevel) is beter dan een harde straal. |
Voor poeder geldt:
 |
• |
Een klasse A-brand
(vaste stof) blust u door de blusstraal op één punt te richten en
stootsgewijs te blussen. Een klasse B-brand (vloeistof) blust u door
de poederstraal laag over de brand heen en weer te bewegen
('kwispelen'). |
 |
• |
Poederblussers zijn verkrijgbaar met
een inhoud variërend van 1 tot 12 kilo. De blusser van 1 kilo is erg
klein en biedt nauwelijks bescherming. Voor in huis is een blusser
met inhoud van 5 à 6 kg. voldoende en nog juist handzaam. De
blussers werken alle ongeveer 15 tot 18 seconden. Met toenemende
inhoud neemt de kracht en het bereik van de blusstraal toe (zo'n 3
tot 5 meter). |
Voor schuimblussers geldt:
 |
• |
Bij een klasse
B-brand niet in de brandende vloeistof spuiten, maar zodanig tegen
een obstakel. (Bijvoorbeeld een wand) spuiten dat het schuim als een
deken over de vloeistof 'uitstroomt'. |
 |
• |
Schuimblussers zijn verkrijgbaar met een inhoud van 6 en 9 liter. |
Voor koolzuurblussers geldt:
 |
• |
Koolzuurblussers met inhoud tot 5 à 6 kg zijn geschikt voor in huis
of garage. |
 |
• |
Bij uitstroming vindt
een sterke afkoeling plaats in de zogenaamde sneeuwkoker (de breed
uitlopende spuitpijp). Houd dit gedeelte daarom nooit met de hand
vast, want u 'vriest' er aan vast! Houd de spuitmond vast bij de
handgreep. |
3.4 AANKOOPTIPS
Een blustoestel moet
voorzien zijn van het rijkstype keurmerk. Ook moet het verzegeld
zijn. De keuze van een blusmiddel hangt mede af van de prijs die u
ervoor wilt betalen. Koop echter nooit een blusmiddel alleen maar
omdat het goedkoop is. Een blustoestel moet voorzien zijn van het
rijkstype keurmerk. Ook moet het verzegeld zijn. De keuze van een
blusmiddel hangt mede af van de prijs die u ervoor wilt betalen.
Koop echter nooit een blusmiddel alleen maar omdat het goedkoop is.
Een blustoestel moet snel en eenvoudig uit de houder zijn te nemen.
Het blusvermogen wordt bepaald door de inhoud van het blustoestel.
Een inhoud van 2 kilo is wel het minimum. Een toestel met een
grotere inhoud is beter maar ook duurder. Bovendien zijn grotere
toestellen moeilijker te hanteren. Maak bij de aankoop afspraken
over het (jaarlijks) onderhoud en controle.
TEN SLOTTE
Kies een goede plaats voor
uw blusmiddelen: in het zicht en goed bereikbaar. Kies een goede
plaats voor uw blusmiddelen: in het zicht en goed bereikbaar. Als
iemands kleding in brand staat, telt elke seconde. U blust het beste
door de persoon liggend in een blusdeken te rollen. Ook kunt u
daarvoor een jas of een vloerkleed gebruiken. Koel daarna het
slachtoffer minstens 10 minuten met lauw stromend water. Als iemands
kleding in brand staat, telt elke seconde. U blust het beste door de
persoon liggend in een blusdeken te rollen. Ook kunt u daarvoor een
jas of een vloerkleed gebruiken. Koel daarna het slachtoffer
minstens 10 minuten met lauw stromend water. Zorg bij het blussen
dat uw vluchtweg vrij blijft. Laat u niet insluiten door brand. Als
de brand ondanks het blussen toch groter wordt: uw medebewoners
alarmeren, vluchten, en zo snel mogelijk de brandweer waarschuwen
(1.1.2.)!
AANVULLENDE INFORMATIE
Meer informatie over dit
onderwerp kunt u inwinnen bij de afdeling preventie van brandweer
Ermelo, telefoonnummer: 0341-567379.
Raadpleeg de Goudengids
onder de rubriek
Brandblusapparaten.
BRUIKBAARHEID VAN BLUSSTOF:
|
BRANDKLASSE |
AARD VAN DE BRAND |
BLUSSTOF |
|
Water |
ABC-poeder |
BC-poeder |
CO2 |
Schuim |
A
Branden van vaste stoffen van hoofdzakelijk organische oorsprong,
die in het algemeen onder gloedvorming verbranden. |
Oppervlaktebrand van stoffen, die bij
verbranding vlammen, zoals hout, papier, textiel, enz. |
++ |
++ |
¨ |
¨ |
++ |
|
Kernbrand in stoffen, die bij
verbranding gloeien, zoals hout, steenkool en poetskatoen |
++ |
+ |
-- |
-- |
++ |
|
Brand in balen katoen, papier, hooi,
rieten dak en andere 'vettige stoffen' |
- |
-- |
-- |
-- |
++ |
|
Brand van stoffen, die bij verhitting
gemakkelijk ontleden, zoals schuimrubber en andere kunststoffen. |
¨ |
++ |
¨ |
¨ |
+ |
B
Branden van vloeibare of vloeibaar wordende stoffen |
Brand van vloeistoffen, die niet met
water mengbaar zijn, zoals benzine, olie, verf. |
Ù |
++ |
++ |
¨ |
++ |
|
Brand van vloeistoffen, die met water
mengbaar zijn, zoals alcohol. |
¨ |
++ |
++ |
¨ |
- |
|
Brand van vaste stoffen, die bij
verhitting vloeibaar worden, zoals vet en asfalt. |
-- |
++ |
++ |
¨ |
- |
C
Branden van gassen |
Branden van uitstromende gassen. |
-- |
++ |
++ |
¨ |
-- |
|
Branden van gassen, die ontstaan bij
inwerking van water op stoffen zoals carbid. |
Ù |
++ |
++ |
- |
Ù |
D
branden van metalen |
Branden van magnesium kalium en
aluminium en de legering van deze metalen. |
Ù |
- |
-- |
Ù |
Ù |
|
NIET geclassificeerd branden in of
nabij elektrische apparatuur, die onder spanning staat |
Branden van schakelborden,
generatoren, transformatoren, enz. Het betreft hier vaak een klasse
A-brand. |
Ù |
+ |
¨ |
+ |
Ù |
++ Zeer goed bruikbaar, + Goed
bruikbaar, ¨ Bruikbaar, - Matig bruikbaar, ++ Zeer goed bruikbaar, +
Goed bruikbaar, ¨ Bruikbaar, - Matig bruikbaar,
-- Slecht/onbruikbaar, Ù Gevaarlijk -- Slecht/onbruikbaar, Ù
Gevaarlijk |